Voeding

Vraag 2:

Een leerling heeft steeds oud brood bij in haar brooddoos en te weinig. Hoe pak ik dit aan?

Vraag 1:

Enkele leerlingen van mijn klas hebben geen of te weinig eten bij.

Wat kan ik doen?

Praktijkvoorbeelden van leerkrachten en scholen uit Genk:

 

School:

We voorzien tijdens de pauze koeken voor elk kind. De laatste jaren merken we dat kinderen steeds vaker geen tussendoortje bij hebben en op die manier vinden we een oplossing voor iedereen.

 

•Als je merkt dat de lege brooddoos echt wel problematisch en een structureel probleem vormt, dan is een gesprek met ouders belangrijk. Wie, hoe en wanneer dat gesprek moet plaatsvinden hangt af van de leerkracht / ouder.

 

•Principe van delen: In een veilige context kan je als leerkracht de mogelijkheid bieden om boterhammen te delen in de klas. De rol van de leerkracht is cruciaal, het is aan de leerkracht om dit ‘onopvallend’ op te volgen (cfr. verschil in eventuele communicatie naar ouders toe bij sporadisch of frequent voorkomen).

 

 

School:

Leerlingen die geen koekje of fruit bijhebben, krijgen van de school een koekje of een stuk fruit. De school heeft iedere maandag en woensdag fruitdag en daarom is er altijd fruit op school. Kinderen die nablijven of tijdens de speeltijd geen koekje bij hebben, kunnen van de juf een stukje fruit krijgen. In de opvang voorziet de juf altijd koekjes voor de kinderen die er geen bij hebben.

 

Leerkracht:

Als er bij ons een leerling geen eten bij heeft krijgt hij/zij enkele boterhammen. Die hebben we op voorraad in onze diepvries. Er is ook smeerboter en confituur voorhanden. Als dit eenmalig is, dan noteren we in de agenda dat de boterhammen vergeten waren en wat we ter vervanging gegeven hebben (gewoon als mededeling, niet veroordelend).

Als leerlingen systematisch hun boterhammen niet bijhebben contacteren we de ouders (opbellen, aanspreken of uitnodigen) en uiten we onze bezorgdheid zonder veroordelend te zijn. Het niet bijhebben van boterhammen kan immers verschillende oorzaken hebben. Denk maar aan eetstoornissen, kinderen die afgeperst worden, vergeten mee te nemen… of het niet voorhanden hebben van eten thuis.

 

 

Hoe pak je dit aan en waar kan je terecht in Genk?

 

Lokaal Aanspreekpunt Kinderrechten

Ouders kunnen terecht bij het lokaal aanspreekpunt kinderrechten voor informatie over:

- welke rechten men heeft op basis van de gezinssamenstelling en het inkomen

- bij welke diensten men in Genk terecht kan

Contact: 089 57 32 86 of 0470 45 35 02.

Meer info

Mini-Rechten

 

Vincentius Genk-Zutendaal

Heb je een verwijsbrief van het OCMW? Dan kan je terecht bij Vincentius voor sportkledij, schoenen, andere kleding, boekentassen, schoolgerei, leesboeken en speelgoed,.... De organisatie voorziet in bepaalde periodes ook laptops voor jongeren in functie van volwaardige participatie aan het onderwijs. Voor vragen hieromtrent, neem je best contact op met de organisatie.

Meer info

bijlage ‘verwijsbrief’.

 

 

Adviezen en reflecties:

 

TAO (Teams voor advies en ondersteuning in armoede en sociale uitsluiting):

Als je iets doet bijvoorbeeld een broodkorf of soep tussen de middag, doe dit dan voor iedereen. Anders geef je de kwetsbare kinderen alweer een stempel!

 

NtA (Netwerk tegen armoede):

Inzetten op aanbod is het minst stigmatiserend. Voor iedereen hetzelfde, op school aangeboden. In sommige scholen voorzien ze bijvoorbeeld maaltijden voor elke leerling, maar voor leerlingen met een kansenpas aan 1€.

 

 

Bijkomende informatie

 

www.vlor.be/Advies over kinderen in armoede pdf

zie pagina 38

 

 

10/06/2018

Praktijkvoorbeelden BaO:

 

-Een school kan aan het begin van het schooljaar (infoavond) alle ouders gelijktijdig informeren over de inhoud van de lunchpakketten (wat wel en wat niet kan op school).

-Gelijktijdig kan een school aangeven dat inschatten wat voldoende eten is voor een ganse dag van kind tot kind afhangt en dat je hier als ouder soms moet bijsturen. De school kan dit opnemen in het kader van gezonde voeding en hierbij ouders constructief betrekken.

 

-Wanneer er vaak oud brood of te weinig in de brooddoos zit, kan je als leerkracht eerst aan de leerling vragen of deze voldoende heeft. Zo niet dan kan er contact gelegd worden met ouder. Indien er een goed contact is met de ouder kan een briefje (‘boterhammetjes waren na de eerste speeltijd al op’) of een gesprek met de ouder.

 

Reflecties van de werkgroep:

 

Het is erg belangrijk om niet onmiddellijk te oordelen over de inhoud van een brooddoos. De hoeveelheid of inhoud kan ook te maken hebben met cultuur, voeding allergieën, e.a.

 

 

Ik heb een bijkomende vraag

die ik op dit forum wil bespreken.

Leerkrachten en directies kunnen steeds vragen stellen en andere praktijkvoorbeelden doorsturen.

 

Klik op bovenstaande knop om uw vraag of suggestie door te sturen.

 

Deze vragen en praktijkvoorbeelden worden vervolgens besproken in de werkgroep alvorens toe te voegen aan de website.

 

Vincentius Genk - Zutendaal

Vincentius Genk-Zutendaal © 2017